/1/116370/coverbig.jpg)
Chapter 3 No.3
In een klein land, aan de Middellandsche zee gelegen, door de rivier de Jordaan doorstroomd, woonde een volk, dat zich noch door kunstzin onderscheidde, zooals de Babyloni?rs, noch groote werken uitvoerde, zooals de Aegyptenaren, noch door veroveringen zich een naam maakte in de wereld. Toch was dat volk merkwaardig, omdat het een zuiverder godsbegrip had dan de andere Oostersche volken. Hadden dezen dikwijls eene groote menigte afgoden, aan wie zij allerlei menschelijke deugden en ondeugden toeschreven: bij de Isra?lieten (want dit volk hebben wij op 't oog) bleef het denkbeeld van een eenig, heilig God (Jehova) althans bij het beste deel der natie bewaard.
Van geen volk zijn ons meer berichten geworden dan van dit; het O. T. kan men voor een groot gedeelte eene geschiedenis van het Isra?litische volk noemen. De Isra?lieten noemen als hun' stamvader Abraham, een herdersvorst uit het land der Chaldae?n, die van daar vertrok en zich in het tegenwoordige Palestina nederzette. Zijn kleinzoon Jakob (Isra?l) trok met zijne talrijke familie, door een' hongersnood gedrongen, naar Aegypte, waar zijn zoon Jozef door hoogst merkwaardige en zonderlinge lotgevallen tot onderkoning was verheven.
De gastvrijheid, die Jakob's familie eerst mocht ondervinden, veranderde weldra in eene drukkende slavernij, waaruit zij eindelijk verlost werd door een' man, die in aanleg en ontwikkeling verre boven zijn volk stond, en door zijne wetten den allergrootsten invloed, ook in het vervolg, op de Isra?lieten heeft uitgeoefend.
Volgens den Bijbel werd Mozes, in zijne jeugd op wonderbare wijze gered, aan het hof van den Aegyptischen koning opgevoed en in alle wijsheid der Aegyptenaren onderwezen. In weerwil van zijne opvoeding en leefwijze onder de verdrukkers zijner stamgenooten, bleef hij toch met eene vurige liefde voor dezen bezield. Het mocht hem eindelijk gelukken, zijn volk te voeren uit het land der dienstbaarheid, hoewel niet dan na den hardnekkigen tegenstand van den Aegyptischen koning.
Het lievelingsdenkbeeld der Isra?lieten, n.l. de in bezitneming van het Beloofde Land, het land, weleer door de aartsvaders bewoond, bleek echter niet zoo gemakkelijk verwezenlijkt te kunnen worden.
De Isra?lieten waren door de voortdurende verdrukking een slaafsch, wispelturig en onhandelbaar volk geworden. Bij den minsten tegenspoed morde het, werd oproerig en verlangde naar de vleeschpotten der Aegyptenaren. Ook in den dienst van den eenigen waarachtigen God bleken zij niet standvastig te zijn; zij hadden maar al te veel geneigdheid om de afgoden te dienen, die zij in Aegypte hadden leeren kennen. Alleen een man als Mozes was in staat zulk een volk in toom te houden en te leiden naar zijn' wil. Toch zag Mozes zeer wel in, dat een volk, zoo weinig aan krijgstucht en volharding gewoon en met zulk eenen slaafschen geest bezield, niet in staat was een land te veroveren, dat door krijgshaftige stammen werd bewoond.
Een nieuw geslacht, aan vermoeienissen en ontberingen gewoon, aan krijgstucht gewend en bezield met een vrijeren geest, moest in de woestijn opgroeien, eer Palaestina aan de krijgshaftige Kana?nieten kon worden ontrukt. Eerst na eene veertigjarige omzwerving kon Jozua, Mozes opvolger, het groote plan volvoeren. De edele Mozes zelf mocht het doel van zijn werken niet beleven. In 't gezicht van het Beloofde Land stierf hij. Vooraf echter had hij iets gedaan, waardoor hij ook in 't vervolg den allergrootsten invloed op zijn volk kon uitoefenen.
Hij vervaardigde n.l. eene menigte wijze wetten, waarbij de staatsregeling en de godsdienst geregeld werden. Bovendien bevatten zij vele nuttige voorschriften, betreffende de gezondheid, de bebouwing van den grond, de verdeeling van het veroverde land enz.
De wet van Mozes gaf aan den priesterstand, of liever aan de priesterkaste, het bestuur des lands in handen.
Aan 't hoofd van den staat stond de hoogepriester, een telg uit het geslacht van Mozes broeder A?ron; de priesters, allen uit den stam van Levi, bekleedden verder even als in Aegypte de aanzienlijkste ambten.
De geschiedenis der Isra?lieten na hunnen intocht en de verovering van het Beloofde Land (Kana?n) is eene aanschakeling van oorlogen met hunne krijgshaftige naburen (Philistijnen, Moabieten, Ammonieten), waarbij zij dikwijls in dappere mannen, Richteren genaamd, moedige en ondernemende aanvoerders hadden, die hen ook in vredestijd wel een tijd lang regeerden (Gideon, Jeptha, Simson, Samuel).
Uit ijdelheid verwisselde het wispelturige volk dezen vrijzinnigen regeeringsvorm niet het koningschap.
Onder zijne koningen David en Salomo beleefde het een korten, glansrijken tijd. Onder Rehabeam, Salomo's zoon, werd Isra?l verdeeld in twee rijken: dat van Juda met Jeruzalem en dat van Isra?l met Sichem (later Samaria) tot hoofdstad (986). Beide beoorloogden elkander dikwijls en hadden bovendien veel van de aanvallen der uit Midden-Azi? komende veroveraars te lijden.
Het eerst bezweek het rijk Isra?l, welks bewoners door zedeloosheid zeer waren verzwakt. De laatste koning, Hosea, werd in 721 v. C. door Salmanasser, koning van Assyri?, overwonnen. Het rijk Juda bleef langer bestaan, maar verloor toch ook in 586 v. C. zijne onafhankelijkheid; de laatste koning Zedekia werd door Nebucadnezar overwonnen.
Wel verrees later door de gunst van den Perzischen koning Cyrus een nieuw Joodsch rijk, maar om weldra het lot te deelen van het Perzische rijk, n.l. een deel te worden van het Grieksche rijk, door Alexander den Grooten gesticht. Nog een enkele maal wisten de Joden onder de dappere Maccabae?n hunne vrijheid te bevechten (167). 't Was slechts een korte flikkering van macht. De alles overwinnende Romeinen maakten eenige jaren voor Christus ook van Palaestina een wingewest, en toen de natie zich tegen het Romeinsche juk poogde te verzetten, veroverden de Romeinen de hoofdstad Jeruzalem en de Joden hielden op als natie te bestaan (Titus, 70 j. n. C.)
* * *
Chapter list
85 chapters total
/0/14631/coverbig.jpg)
/1/115217/coverbig.jpg)
/1/112839/coverbig.jpg)
/1/128837/coverbig.jpg)
/1/132255/coverbig.jpg)
/1/114449/coverbig.jpg)
/1/132929/coverbig.jpg)
/1/115053/coverbig.jpg)
/1/132893/coverbig.jpg)
/1/115049/coverbig.jpg)
/1/115052/coverbig.jpg)
/1/115046/coverbig.jpg)